woensdag 3 juni 2009

Deens sprookje: Lille Pies en Bøøm





















Er was een land hier niet zo gek ver vandaan: het Land van Geluk. Geluk was een kleine reus die 's winters gonzend snurkte en daarmee al de mompelende oranje kabouters die op zijn hoofd woonden hun paddestoelen inblies. De golvende grijze haren van Geluk belemmerden de kabouters het zicht op de zon, waardoor ze uit ellende onder grote lichtbakken gingen liggen. Zo lang dat ze een oranje gloed over hun appelwangen kregen en er langzaam in gingen geloven dat het de echte zon was die hen van die gloed had voorzien.

In dat land woonde Lille Pies. Ze was even groot als de andere kabouters, was even dol op het fietsen over de heuvelneus van de reus, maar was toch anders. Ze had bijvoorbeeld geen lichtbak, dus gaf zelf een beetje licht wanneer ze over straat liep en groette dan elke passerende oranje kabouter. Die vonden dat eigenlijk heel vreemd, maar glimlachten toch altijd vriendelijk terug.

Elke ochtend maakte Lille Pies een praatje met Bøøm: een grote, vriendelijke eik van 857 jaar oud die altijd in gewichtige mompelvolzinnen sprak. Bøøm en Lille Pies begrepen elkaar, want ook Bøøm had het niet zo op lichtbakken en zijn wortels reikten tot in de tenen van reus Geluk; de regio waar Lille Pies vandaan kwam. Samen filosofeerden ze een beetje over het leven, terwijl ze kopjes groene thee dronken. 

Op een dag vroeg Lille Pies aan Bøøm: 'Zeg Bøøm, jij staat hier nu al 857 en een half jaar. Is dat niet een beetje saai? Zou je nu nooit eens een reis willen maken?' Bøøm keek Lille Pies ernstig aan. 'Lille Pies. Als je wortels tot in de tenen van Geluk reiken en je bladeren boven zijn golvende, grijze haardos uitgroeien, dan hoef je niet te reizen. Dan ben je er al.' 

Lille Pies snapte eigenlijk niet wat Bøøm bedoelde, maar omdat hij er zo ernstig bij keek, zei ze niets terug en nam ze een slok van haar thee (dit keer Chai Latte). Bøøm vervolgde mompelend: 'Waarschijnlijk gaan mijn woorden jouw verstand te boven. Doe zoals ik en je zult begrijpen wat ik bedoel.' 

Dus ging Lille Pies op een been staan, liet haar tenen wortels worden en haar vingers groeien als takken. Even begreep ze wat Bøøm bedoelde en verscheen er een glimlach op haar gezicht. Toen kiepte ze om en viel ze op haar kont.

woensdag 27 mei 2009

Iris...

De tulbandontwerpster van Mahatma Gandhi, de dromenvertaalster van Martin Luther King, de bijbabbelvriendin van Jeanne d'Arc of misschien de vulpenverkoopster van Iris Murdoch...ik vroeg het me sterk af: wat voor wereldverbeterarin was ik in mijn vorige leven waardoor ik momenteel zoveel bakken met geluk over me uitgestort krijg in mijn huidige bestaan? Gezien het onderwerp van mijn afstudeerproject vermoedelijk de laatste. 

De 'gaat heen en schrijft!'-kreet klonk opnieuw uit de kelen van mijn Deense journalistiekdocenten. Dit keer bleek de opdracht nog vager dan bij mijn Estland-project: kies een land en schrijf over iets. Iets...daar sta je dan met je zorgvuldig ontwikkelde journalistieke voelsprieten die eigenlijk alleen op commando blijken te werken wanneer er een duidelijk afgebakend onderwerp gejournalistiekt dient te worden. De paniek sloeg me dan ook om de oren: dit moest mijn 'meesterwerk' worden! De slagroom die vier jaar twijfelen aan mijn eigen journalistieke kunnen moest bedekken, de kers op mijn eens zo idealistische 'breng de misstanden aan het licht!!!'-missie, de pluim op mijn niet geheel passende verslaggeversbolhoed. Dus koos ik iets waarvan ik niet precies wist waarom ik het koos: feminisme in Italië. 



een deel van de Taizé-familie die me hartelijk ontving en volstopte met tiramisu ("is this all you can eat? do you want to look like a model or something?")


Minder goed voorbereid dan ik wilde, stapte ik de Italiaanse hitte binnen, waarna een twee weken aanhoudende aaneenschakeling van gastvrijheid, toevalligheden en euforiemomenten volgde. Ik interviewde de meest inspirerende mensen die een onervaren journalist zich kan wensen, sliep anderhalve week in de keuken van twee organics die me overlaadden met verantwoord voedsel en hun complete feministische vriendenkring, bracht met Taizémaatje Luca een geweldige, hyperactieve dag aan het Gardameer door, at zo ongelofelijk veel goddelijke tiramisu (mijn lievelingstoetje!) dat ik dacht mezelf naar de hemel te eten en gebruikte zo vaak het woordje 'really?' bij het aanhoren van weerzinwekkend geweldige ervaringen van geïnterviewden dat mijn verbazing ongeloofwaardig leek (maar echt waar was!!). Het resultaat: prachtige herinneringen. 












the organics (alias adoptie-ouders)

En complete paniek over wat te doen met mijn afstudeeropdracht! Een notitieblok vol interessante woorden, maar geen ontdekkingen die wenkbrauwen doen fronsen of adem doen stokken. Ik heb zelfs geen idee meer waarom ik dit onderwerp ook alweer heb gekozen (of heb ik dat nooit gehad?). Dus als Volkskrant-correspondent Bert Lanting (!!!!!!!!!!!!!!!!) bij de mondelinge verdediging van mijn artikelen voorzichtig aan me vraagt waarom ik me op de Italiaanse vrouw heb gestort, zal ik tegen hem zeggen: "nou...ziet u, ik was de vulpenverkoopster van Iris Murdoch!"

dinsdag 21 april 2009

Grillig voorjaar


De zon schijnt alsof ze de schade van de afgelopen drie maanden wil inhalen, al het grijs dat stiekempjes het humeur van de Denen is binnen gesijpeld wil oplichten en de bleke snoetjes van een vurige blos wil voorzien. Er is enige kleur toegevoegd aan het panorama waar mijn raam uitzicht op biedt en de vogels hebben hun luidkeelse solo-optreden (juist: hordes solisten!!!) vervroegd naar 05:00 uur in de ochtend. Dames en heren: de Deense lente is gearriveerd!
Lente. Wat was dat ook alweer? Nee, geen nachtvorst die gevolgd wordt door 25 graden Celcius om 10 uur 's ochtends. Of bloesem die van de bomen vriest omdat de nachtvorst na die 25 graden weer onbeschaamd terugkeert. Evenmin is het een run op de nieuwste zomercollectie van de H&M, door die onverwachte 25 graden. Of een collectief koortsachtig dieetvirus om zonder flansjes in dat nieuwe outfit op een overvol terras te verschijnen. 

Hier in Denemarken is lente nog ouderwets en kneuterig: het kwik piept nauwelijks boven de 15 graden uit en de bloesem waagt pas na drie weken zon (nu dus) voorzichtig een kijkje buiten de knop. Terrasjes zijn weliswaar overvol, maar dan met in dekentjes gewikkelde toeristen. Als overmoedige Zuiderling zit ik dus klappertandend en met blauwe tenen op het strand. Want ja, Zeeuws bloed...

Koud of niet, de zon lijkt voor de Spaanse Erasmusstudenten hét startschot voor een oneindige reeks barbecues. Vrijwel elke avond stijgt er wel ergens een rookwolkje op tussen de studentenflats en vanaf een uur of vijf hangt er steevast de geur van verbrand vlees. Zoals het ook bij de huisfeesten in Skjoldhøj gaat (loop een willekeurig appartement binnen, zet je sixpack bier tussen de wijn en de sangria en voeg je bij de onbekende, bezatte, hossende massa in de huiskamer) hebben de openluchtgrilpartijtjes een vrije inloop-karakter. Met je hamburger (uh...gevulde paprika) zoek je een rookpluim uit, loop je met een zekere doelbewustheid op het clubje grillers af dat deze wolk produceert, deponeer je je hamburger (paprika!!) tussen de aangebrande kippenpoten en doe je alsof je wel degelijk een uitnodiging hebt (wat vaak ook min of meer zo is: via via via via via).
Soms ben je echter wel degelijk uitgenodigd door de initiatiefnemer. Zoals door Alberto (onderste foto hiernaast): Spanjaard uit Sevilla die vorige week zijn 23-jarig Latin Lover-bestaan vierde. Simona (Litouws studiegenootje, foto linksonder), de paprika en ik vonden na drie rondjes Skjoldhøj de grilpartij in kwestie. Het bleek een heus Spaans-Pools festijn (wat niet zo verrassend is als je bedenkt dat de Spaanse en Polen hier zo ongeveer drie vierde van de studentenflats bezetten). Een gigantische gril werd omringd door een kudde Spaanse macho's die aandachtig hun eigen spies in de gaten hielden, onderwijl driftig griltechnieken aan elkaar uitwisseld (vermoed ik, mijn Spaans is niet zo goed als mijn Deens ;)). De Polen hadden zich verschanst rond de picknicktafel waar ze elkaar volgoten met Vodka. 












Simona en ik zaten het vanaf ons stukje picknicktafel allemaal eens te bekijken. Terwijl we aan onze Somersby Pear Cider lurkten, besloten we dat we hier toch wel echte 'outciders' waren. Tijd voor infiltratie! Vol overtuiging propte ik mijn gevulde paprika tussen de sissende lapjes koe, me voorbereidend op temperamentvolle terechtwijzingen. Maar de Zuidelijke carnivoren vonden het buitengewoon fascinerend, zo'n langzaam verschroeiende paprika met een bergje fetakaas erin. Na een aantal complimenteuze opmerkingen over de originaliteit van dit gerecht (????), bogen de testosteronbundels zich weer over hun plicht: woest blazend de vlammen opstoken om er zeker van te zijn dat de hamburgers ook echt die authentieke aangebrande rooksmaak meekrijgen. Zo krijgen we het toch nog warm, in ons vijflagen lente-outfit. 

zaterdag 28 maart 2009

Ik vlieg door de tijd. Twee tijdzones, om precies te zijn. Aan beide zijdes knikkebollen Estse mannenhoofden richting mijn schouders. Ik zeg ondertussen de sneeuw gedag en raas naar de zon die zich alleen boven de wolken even laat zien.

En in het Estse bos, waar het betoverende licht een glimp van de ware Estse aard liet zien. Een ongekend sterke, haast triomfantelijke aard die er misschien wel voor gezorgd heeft dat de bevolking alle bezetters overleefde: Zweden, Russen, Duitsers en zelfs een leger Denen hebben dit minuscule Baltische volkje niet klein gekregen.

















Een stiekeme kracht die zich onder meer uit in de enorme populariteit van charismatische leiders als de Dalai Lama. Maar zich volledig bekeren tot het Boeddhisme of wat voor beweging dan ook, dat is een brug te ver voor de Esten. Een bezet verleden maakt hen eeuwige vrijheidsstrijders. En daarmee religieuze shoppers.

Twee weken zijn veel te kort om een redelijk beeld te krijgen van een cultuur. Toch heeft dertien dagen rondrennen in Tallinn en Tartu me wel wat bijgebracht. Namelijk dat:
  • Estland de naam Nederland niet zou misstaan: het hoogste punt is een heuvel van 300 meter genaamd ‘het eihoofd’;
  • een positief aura blauw, violet en groen is, een negatief aura bruin;
  • de Russen bij de Russisch-Estse grens manoeuvres aan het oefenen zijn om eventueel Estland binnen te kunnen vallen;
  • de Esten dat zonder angst wegwuiven: “we zitten nu toch in de EU? die komen ons vast helpen” (o jee...);
  • Tibetaanse Boeddhistische monniken over het algemeen vrij gespierd zijn (yoga??);
  • diezelfde monniken geloven dat na de dood de ziel uit een overleden lichaam glipt, deze in het luchtledige rondwaart en wordt blootgesteld aan extremen als angst, euforie, kou, hitte, waardoor het een veilige haven zoekt en die vindt in de zaadcel van een man (kun je nagaan hoeveel zielen er in een man rondzwemmen!!!!);
  • zoete aardappel naar pompoen smaakt;
  • Estse pompoen dat niet doet;
  • je niet verkouden moet zijn als je zandmandala's construeert;
  • voor gesloten deuren staan enorm veel doorzettingsvermogen en discipline kost;
  • Japanners slechts drie maal per jaar sushi eten;
  • het Estse minimumloon op 2,25 per uur ligt;
  • het gros van de Estsen het minimumloon verdient;
  • de prijzen in de supermarkt niet zo gek veel verschillen met die in Nederland; 
  • mensen in eerste instantie aan zichzelf denken;
  • je een backpack beter niet in een plastic zak kan stoppen als je niet wilt dat mensen je op het vliegveld verdacht vinden;
  • Russische meisjes een massaproduct zijn: standaard oranje zonnebankhuid, potsierlijke bontmuts, afzichtelijke bontjas en norse blik;
  • Estse meisjes daar NIET op lijken: dopneusje, amandelvormige ogen, hoge jukbeenderen en vaak een vriendelijke glimlach;
  • Ests ook niet als Russisch klinkt: het behoort tot de Finno-Ugric taalgroep die iets wegheeft van (hoe verrassend) het Fins;
  • e-mail interviews niet aan te raden zijn;
  • ieder hostel zijn eigen vreemde, vieze, oude mannetjes heeft die er meestal blijken te wonen en/of antisemitisch zijn;
  • mijn huis er later zo uit moet zien als City Bike Nunne Hostel (zie foto);
  • Denemarken als thuis voelt.

donderdag 19 maart 2009

Estland en de monniken

Ik vond het al zo verdacht: we waren al ruim een half uur aan het afdalen en nog altijd in de wolken. Toen ik een zacht 'kadoef' hoorde en voelde, realiseerde ik me dat het vliegtuig stiekem geland was en de wolken geruisloos waren overgegaan in ladingen sneeuw. Juist: van de Deense lente was ik in de Estse winter beland. 

Gaat heen en schrijft, was de boodschap van de Dansk Journalisthøjskolen. Ok, het was iets specifieker: doe verslag van de situatie in Oost-Europa 20 jaar na de val van de muur. Dus toog ik afgelopen zondag per vlieger naar Tallinn, de hoofdstad van Estland. Om aldaar te schrijven over de populariteit van spiritualiteit in het minst religieuze land van Europa. In eerste instantie zou ik in het gezelschap verkeren van Mads, een Deen uit mijn groep. Maar hij bedacht een dag nadat ik mijn ticket geboekt had dat hij de situatie in Oost-Europa toch beter vanuit Berlijn kon verslaan. Tja..

Tallinn begroette me met kou en sneeuw, maar ook met een aangenaam warm hostel waar ik na een uur al direct gezelschap kreeg van de hyper-actieve, flink bereisde en viertalig welbespraakte Spanjaard Samuel. Hij nodigde me uit om de volgende avond te gaan schaatsen, iets waar ik me liever niet aan waag (mijn laatste paar schaatsen hadden geloof ik maat 30...). 














Omdat ik me als Hollander natuurlijk schaatstechnisch niet laat overtreffen door een Spanjaard, stond ik de volgende dag toch op het ijs met knaloranje ijshockeyschaatsen onder mijn voeten. Rintje Ritsma eat your heart out!

Ik vergat haast hoe druk ik het had met Hotmail-klikken en voor gesloten kerkdeuren staan. Maar mijn studiegenoten wezen mij fijntjes op mijn plicht via facebook-berichten vanuit hun standplaats waarin ze klagen over het enorme aantal interviews met hooggeplaatste 'locals' en de hyperenthousiaste bronnen. Lees: kijk mij eens ontiegelijk goed bezig zijn in Praag, Belgrado, Lutjebroek. 

Hier in Tallinn (zie foto) liep mijn agenda nou niet bepaald over van lunchafspraken met interessante Esten. De Baltische Boeddhisten leken in een diepe meditatieve trans te zijn geraakt, waar ik ze zelfs met bruut mail- en belgeweld niet uit kreeg. De afgelopen week bracht ik dus vooral Hotmail-klikkend en in lichte paniek door. En had ik alle tijd om te luisteren naar een in Rusland woonachtige Amerikaanse opa die me vertelde dat Anne Frank opgezette kaart is (want haar dagboek is met balpen geschreven) en dat Beatrix onderdeel is van een samenzweerderig clubje dat bezig is de wereldbevolking uit te roeien met aspartaam en magnetrons.

Maar inmiddels heb ik er een paar weten te strikken, die zwevers. Dus ga ik vanmiddag naar het soort Taizé-achtige spirituele centrum Lilleoru (zie website), even buiten Tallinn. Morgen zal ik een meditatieles bijwonen en een Reiki-master op me los laten. Woensdag lunch ik met zandmandala creërende en dansende Tibetaanse monniken en donderdag bezoek ik een Katholiek klooster. Een druk schema? Ben je gek. Oehmmm....