zaterdag 28 maart 2009

Ik vlieg door de tijd. Twee tijdzones, om precies te zijn. Aan beide zijdes knikkebollen Estse mannenhoofden richting mijn schouders. Ik zeg ondertussen de sneeuw gedag en raas naar de zon die zich alleen boven de wolken even laat zien.

En in het Estse bos, waar het betoverende licht een glimp van de ware Estse aard liet zien. Een ongekend sterke, haast triomfantelijke aard die er misschien wel voor gezorgd heeft dat de bevolking alle bezetters overleefde: Zweden, Russen, Duitsers en zelfs een leger Denen hebben dit minuscule Baltische volkje niet klein gekregen.

















Een stiekeme kracht die zich onder meer uit in de enorme populariteit van charismatische leiders als de Dalai Lama. Maar zich volledig bekeren tot het Boeddhisme of wat voor beweging dan ook, dat is een brug te ver voor de Esten. Een bezet verleden maakt hen eeuwige vrijheidsstrijders. En daarmee religieuze shoppers.

Twee weken zijn veel te kort om een redelijk beeld te krijgen van een cultuur. Toch heeft dertien dagen rondrennen in Tallinn en Tartu me wel wat bijgebracht. Namelijk dat:
  • Estland de naam Nederland niet zou misstaan: het hoogste punt is een heuvel van 300 meter genaamd ‘het eihoofd’;
  • een positief aura blauw, violet en groen is, een negatief aura bruin;
  • de Russen bij de Russisch-Estse grens manoeuvres aan het oefenen zijn om eventueel Estland binnen te kunnen vallen;
  • de Esten dat zonder angst wegwuiven: “we zitten nu toch in de EU? die komen ons vast helpen” (o jee...);
  • Tibetaanse Boeddhistische monniken over het algemeen vrij gespierd zijn (yoga??);
  • diezelfde monniken geloven dat na de dood de ziel uit een overleden lichaam glipt, deze in het luchtledige rondwaart en wordt blootgesteld aan extremen als angst, euforie, kou, hitte, waardoor het een veilige haven zoekt en die vindt in de zaadcel van een man (kun je nagaan hoeveel zielen er in een man rondzwemmen!!!!);
  • zoete aardappel naar pompoen smaakt;
  • Estse pompoen dat niet doet;
  • je niet verkouden moet zijn als je zandmandala's construeert;
  • voor gesloten deuren staan enorm veel doorzettingsvermogen en discipline kost;
  • Japanners slechts drie maal per jaar sushi eten;
  • het Estse minimumloon op 2,25 per uur ligt;
  • het gros van de Estsen het minimumloon verdient;
  • de prijzen in de supermarkt niet zo gek veel verschillen met die in Nederland; 
  • mensen in eerste instantie aan zichzelf denken;
  • je een backpack beter niet in een plastic zak kan stoppen als je niet wilt dat mensen je op het vliegveld verdacht vinden;
  • Russische meisjes een massaproduct zijn: standaard oranje zonnebankhuid, potsierlijke bontmuts, afzichtelijke bontjas en norse blik;
  • Estse meisjes daar NIET op lijken: dopneusje, amandelvormige ogen, hoge jukbeenderen en vaak een vriendelijke glimlach;
  • Ests ook niet als Russisch klinkt: het behoort tot de Finno-Ugric taalgroep die iets wegheeft van (hoe verrassend) het Fins;
  • e-mail interviews niet aan te raden zijn;
  • ieder hostel zijn eigen vreemde, vieze, oude mannetjes heeft die er meestal blijken te wonen en/of antisemitisch zijn;
  • mijn huis er later zo uit moet zien als City Bike Nunne Hostel (zie foto);
  • Denemarken als thuis voelt.

donderdag 19 maart 2009

Estland en de monniken

Ik vond het al zo verdacht: we waren al ruim een half uur aan het afdalen en nog altijd in de wolken. Toen ik een zacht 'kadoef' hoorde en voelde, realiseerde ik me dat het vliegtuig stiekem geland was en de wolken geruisloos waren overgegaan in ladingen sneeuw. Juist: van de Deense lente was ik in de Estse winter beland. 

Gaat heen en schrijft, was de boodschap van de Dansk Journalisthøjskolen. Ok, het was iets specifieker: doe verslag van de situatie in Oost-Europa 20 jaar na de val van de muur. Dus toog ik afgelopen zondag per vlieger naar Tallinn, de hoofdstad van Estland. Om aldaar te schrijven over de populariteit van spiritualiteit in het minst religieuze land van Europa. In eerste instantie zou ik in het gezelschap verkeren van Mads, een Deen uit mijn groep. Maar hij bedacht een dag nadat ik mijn ticket geboekt had dat hij de situatie in Oost-Europa toch beter vanuit Berlijn kon verslaan. Tja..

Tallinn begroette me met kou en sneeuw, maar ook met een aangenaam warm hostel waar ik na een uur al direct gezelschap kreeg van de hyper-actieve, flink bereisde en viertalig welbespraakte Spanjaard Samuel. Hij nodigde me uit om de volgende avond te gaan schaatsen, iets waar ik me liever niet aan waag (mijn laatste paar schaatsen hadden geloof ik maat 30...). 














Omdat ik me als Hollander natuurlijk schaatstechnisch niet laat overtreffen door een Spanjaard, stond ik de volgende dag toch op het ijs met knaloranje ijshockeyschaatsen onder mijn voeten. Rintje Ritsma eat your heart out!

Ik vergat haast hoe druk ik het had met Hotmail-klikken en voor gesloten kerkdeuren staan. Maar mijn studiegenoten wezen mij fijntjes op mijn plicht via facebook-berichten vanuit hun standplaats waarin ze klagen over het enorme aantal interviews met hooggeplaatste 'locals' en de hyperenthousiaste bronnen. Lees: kijk mij eens ontiegelijk goed bezig zijn in Praag, Belgrado, Lutjebroek. 

Hier in Tallinn (zie foto) liep mijn agenda nou niet bepaald over van lunchafspraken met interessante Esten. De Baltische Boeddhisten leken in een diepe meditatieve trans te zijn geraakt, waar ik ze zelfs met bruut mail- en belgeweld niet uit kreeg. De afgelopen week bracht ik dus vooral Hotmail-klikkend en in lichte paniek door. En had ik alle tijd om te luisteren naar een in Rusland woonachtige Amerikaanse opa die me vertelde dat Anne Frank opgezette kaart is (want haar dagboek is met balpen geschreven) en dat Beatrix onderdeel is van een samenzweerderig clubje dat bezig is de wereldbevolking uit te roeien met aspartaam en magnetrons.

Maar inmiddels heb ik er een paar weten te strikken, die zwevers. Dus ga ik vanmiddag naar het soort Taizé-achtige spirituele centrum Lilleoru (zie website), even buiten Tallinn. Morgen zal ik een meditatieles bijwonen en een Reiki-master op me los laten. Woensdag lunch ik met zandmandala creërende en dansende Tibetaanse monniken en donderdag bezoek ik een Katholiek klooster. Een druk schema? Ben je gek. Oehmmm....

dinsdag 10 maart 2009

Øko afval en haar

NB: als het goed is kan iedereen nu een reactie achterlaten :)

Met het optillen van het pedaalemmerdeksel onthult Søren wat er deze week bij hem op het menu stond: korstjes roggebrood, doordrenkt van sinaasappelsap en bedolven onder een laag koffiedik. Ik vang een glimp op van de aardappel-, uien-, knoflookschillenmix die onder de voormalige lunch schuilgaat. "Dit is het goede spul", glundert hij. "En dat verbrandt de gemeente zomaar! Weet je wat je daar allemaal mee kunt doen?" 

In een compostbak stoppen in je achtertuin. Want dat is wat Søren doet. Als fervent milieuactivist (geitenwollensokken dragend. letterlijk!) wast hij zijn aluminium papiertjes zorgvuldig af en rolt ze tot een balletje. Hij reduceert zijn melkpakken tot onherkenbare vodjes. En wacht vol spanning af tot zijn restje biologisch-dynamisch geteelde snijbiet en winterpeen is getransformeerd tot geurende mest.

Søren is een van de oprichters van het afvalsysteem in Håndvaerker
parken, een surrealistisch zelfvoorzienend wijkje in Århus dat ik in januari bezocht voor een artikel. De inwoners sorteren zelf hun afval in grote containers. Noodgedwongen, want de gemeente Århus heeft vier jaar geleden besloten het afval niet meer gescheiden op te halen.

Om de een of andere reden heeft Denemarken een erg groen imago bij buitenlanders. Zo kreeg ik voor mijn vertrek geregeld te horen: jij kunt vast je hart ophalen in dat groene ecoland. Nou...eigenlijk niet. Naast het feit dat 'gewoon' etenswaar hier al achterlijk duur is en biologische producten dus praktisch onbetaalbaar, is het øko-aanbod niet overweldigend. Mijn enige bioverslaving is Rynkeby Økologisk blandet hyldeblomst saft (ecologisch vlierbessenaanlengsap)....

















Bij het zoeken naar een geschikte kapper die mij van een bob kon voorzien, kwam ik echter tot de ontdekking dat Århus uit zijn voegen barst van de milieuvriendelijke kapsalons. Na een prijs- , eindresultaat - (hoe komen de klanten naar buiten na hun knipbeurt?) en Engelse taalkennisvergelijking hield ik twee kandidaten over: Birthe Gleerup miljøvenlig frisør en EvAnJa frisør med økologiske produkter. De EvAnJa kapster had geen tijd voor me de komende week, dus werd het Birthe. 

Een überhippe kapsalon (kijk hoe hip!) waar je kruidenthee met een schijfje sinaasappel krijgt terwijl je wacht. Waar je haar na het wassen een kruidig en bloemig in plaats van een chemisch aroma verspreidt. De (uiteraard) even hip geklede en gekapte kapster zag het helemaal zitten, die bob. En knipte er dus lustig op los. Hier voeren ze het milieuvriendelijke beleid wel heel ver door, dacht ik. Minder haar betekent minder shampoo en minder water bij het wassen. Met de minuut zag ik mijn haar zich van mijn hoofd naar de grond verplaatsen. 

















(het duo Hippe Hanna en Petit Pies, beter bekend als HanLi)

Niet weer! ging het door me heen. Elk jaar opnieuw besluit ik mijn haar kort te knippen en elk jaar opnieuw vind ik het niks. Ook dit keer kwam ik met een naar mijn mening kinderlijk omakapsel naar buiten en was ik ontzettend blij met het muts vereisende vriesweer. De reactie van Hanna, mijn altijd stijlvol ogende huisgenootje uit München dat stiekem haarstyliste had willen zijn, was daarentegen heel enthousiast: "Sweetie! You finally have a hairstyle now!" Zelf overweeg ik een overstap naar de Parijse school voor journalistiek.

Oordeel zelf: (ok, ik geef toe: dit kostte me een paar uur woest krultangen en was na een half uur weer plat)